Image
Kind met familieleden

Kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties

Kwetsbaarheid en het belang voor een kansrijke start

Het ErasmusMC heeft samen met de gemeente Rotterdam een definitie voor kwetsbaarheid van zwangere vrouwen ontwikkeld. Deze definitie is breder te gebruiken dan alleen voor zwangeren.

Bij kwetsbaarheid is er geen balans tussen risico- en beschermende factoren. In hoeverre iemand kwetsbaar is, wordt door de professional ingeschat in overleg met degene om wie het gaat. Alle soorten risico- en beschermende factoren worden meegewogen: zowel factoren in het medische als sociale domein. Iemand die kwetsbaar is, heeft zorg en ondersteuning nodig om de eigen zelfredzaamheid te versterken en de negatieve invloed van risicofactoren te verkleinen.

Kinderen van gezinnen in kwetsbare situaties hebben een minder grote kans om gezond en veilig op te groeien. Daarom is het belangrijk om deze gezinnen in beeld te hebben en passende hulp en ondersteuning te bieden.

Samenvatting van de Utrechtse resultaten

  • Ongeveer 2.500 0 t/m 2-jarige kinderen (18%) in Utrecht worden door de JGZ met extra aandacht gevolgd, omdat zij zich mogelijk in een kwetsbare situatie bevinden.
  • De volgende risicofactoren zijn belangrijke redenen voor JGZ om kinderen met extra aandacht te volgen: armoede, het meegemaakt hebben van een ernstige stressor in het gezin, ouders met een psychische aandoening, een verslaving of verstandelijke beperking en ouders die naar Nederland zijn gevlucht.
  • Kinderen die met extra aandacht worden gevolgd, hebben vaker laagopgeleide ouders en een niet-westerse migratieachtergrond.
  • Ondanks de lagere kans van kinderen van hoogopgeleide ouders om met extra aandacht gevolgd te worden, heeft de helft van de 0 t/m 2-jarigen die door de JGZ met extra aandacht wordt gevolgd ouders met een hoge opleiding omdat in Utrecht veel hoogopgeleide ouders wonen.
  • De stapeling van risicofactoren is bij kinderen van ouders met een hoge opleiding vaak minder complex dan bij ouders met een lage of middelbare opleiding, omdat deze zich vaak beperken tot risicofactoren binnen één domein.
  • Veel moeders in kwetsbare situaties hebben onvoldoende sociale steun van hun partner, familie en vrienden. Daarnaast hebben zij behoefte aan betere aansluiting van de bestaande zorg.
  • Een op de negen kinderen in Utrecht in de leeftijd van 0 tot 6 jaar groeide in 2019 op in een huishouden dat leeft van een inkomen op of onder de Utrechtse armoedegrens. Dit geldt vaker voor kinderen in Overvecht en Zuidwest.
  • Landelijk onderzoek laat zien dat in coronatijd de stress voor veel gezinnen in een kwetsbare situatie is toegenomen.

 

Inschatting mogelijk kwetsbare situaties door jeugdgezondheidszorgprofessionals

 

Mogelijke risicofactoren

De JGZ volgt de ontwikkeling van kinderen. In gesprek met de ouders kijkt de JGZ of er bij het kind, ouder of het gezin risicofactoren zijn die ervoor kunnen zorgen dat kinderen zich minder goed kunnen ontwikkelen. Risicofactoren kunnen aanwezig zijn in het sociale domein (bv. eenoudergezin of werkloosheid), in het ontwikkelingsdomein (bv. ontwikkelingsproblemen of spraak-/taalstoornis) en het kan gaan om gezondheidsproblemen bij gezinsleden (bv. chronische ziekte of psychische problemen) of risicofactoren rond de zwangerschap en bevalling (bv. vroeggeboorte, tienerzwangerschap of ongewenste zwangerschap).

 

De JGZ volgt 18% van de kinderen (ca. 2500 kinderen) met extra aandacht omdat ouders mogelijk ondersteuning nodig hebben om met risicofactoren om te gaan. Voor een deel van deze kinderen geldt dat de risicofactoren ervoor zorgen dat de problemen hun ouders boven het hoofd groeien en (extra) hulp nodig is. Deze gezinnen zijn uit balans. Dit is ongeveer één vijfde van de groep kinderen die met extra aandacht wordt gevolgd en 4% van alle Utrechtse 0- t/m 2-jarigen.

Percentage kinderen dat met extra aandacht wordt gevolgd door de JGZ

Image
62% van de kinderen heeft geen risicofactoren. 20% heeft risicofactoren maar wordt niet met extra aandacht gevolgd. 14% wordt gevolgd. 4% is uit balans.

Risicofactoren geconstateerd door de JGZ

Op basis van de gesprekken met de ouders constateert de JGZ dat de tien meest voorkomende risicofactoren bij 0- t/m 2-jarigen zijn:

  • Verzorgende ouder spreekt geen Nederlands
  • Psychi(atri)sche problematiek bij ouder(s)
  • Lage opleiding ouder(s)
  • Eenoudergezin
  • Langdurige werkloosheid/ arbeidsongeschiktheid
  • Financiële problemen, armoede
  • Chronisch zieke ouder
  • Problematische zwangerschap en/of bevalling
  • Ernstige stressfactor in het gezin meegemaakt (bv. overlijden van een gezinslid, scheiding, geweld)
  • Ontbreken sociaal netwerk

Er zijn risicofactoren die vaak samen voorkomen met andere risicofactoren. Een lage opleiding hangt bijvoorbeeld vaak samen met langdurige werkloosheid en armoede. Het niet spreken van de Nederlandse taal door de verzorgende ouder hangt vaak samen met het ontbreken van een sociaal netwerk.

Bij de ongeveer 2.500 kinderen die met extra aandacht gevolgd worden is vaker sprake van stapeling van risicofactoren. Daarnaast komen ook andere risicofactoren voor bij deze kinderen. Bijvoorbeeld huisvestingsproblemen, een instabiele gezinssituatie of huiselijk geweld. Ook kinderen met een ziekte of een aangeboren afwijking, met een achterstand in de taal-/spraakontwikkeling of met een psychosociaal of gedragsprobleem worden vaak met extra aandacht gevolgd. Tot slot worden kinderen ook vaker met extra aandacht gevolgd wanneer hun ouders psychische problematiek, een verslaving of een verstandelijke beperking hebben, er opvoedingsproblemen zijn of als ouders naar Nederland zijn gevlucht.

Verschillen naar opleidingsniveau en migratieachtergrond in risico’s voor de ontwikkeling

Kinderen van ouders met een lage of middelbare opleiding lopen meer risico in de ontwikkeling dan kinderen van ouders met hoge opleiding: 56% van de kinderen van laagopgeleide ouders en 30% van de kinderen van middelbaar opgeleide ouders wordt met extra aandacht gevolgd. Dit is 12% bij kinderen van ouders met een hoge opleiding. Omdat Utrecht een stad is met veel ouders met een hoge opleiding, heeft de helft van de 0- t/m 2-jarigen die door de JGZ met extra aandacht wordt gevolgd ouders met een hoge opleiding.

Aantal kinderen dat met extra aandacht wordt gevolgd door de JGZ naar opleiding van de ouders

Infogram URL

 

Bij kinderen van hoogopgeleide ouders zijn de risicofactoren vaak gestapeld binnen één domein. Bij kinderen van ouders met een lage of middelbare opleiding is vaker sprake van risicofactoren uit verschillende domeinen. Daardoor is de stapeling van risicofactoren vaak complexer bij kinderen van lager opgeleiden. 

Bij kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond ziet de JGZ meer risico’s voor hun ontwikkeling. Deze kinderen worden daarom vaker met extra aandacht gevolgd dan andere kinderen. Dit verschil naar migratieachtergrond is minder sterk dan het verschil naar opleidingsniveau van ouders. 

Wat is belangrijk voor een kansrijke start in gezinnen in kwetsbare situaties?

Interviews met Utrechtse vrouwen

14 Utrechtse vrouwen in een kwetsbare situatie die zwanger waren of een kind hadden van maximaal twee jaar oud zijn in 2019 geïnterviewd over een kansrijke start voor hun kind. De vrouwen hebben diverse migratieachtergronden en zijn tussen de 26 en 39 jaar. Alle vrouwen hebben een partner en meerdere kinderen

 

De 14 geïnterviewde Utrechtse moeders in een kwetsbare situatie geven aan dat zij een goede voorbereiding op de zwangerschap en het moederschap missen. Er is bijvoorbeeld angst voor en onwetendheid over de bevalling en borstvoeding geven verloopt stressvol. Dit komt door een gebrek aan kennis en aan vaardigheden om kennis toe te passen. Veel geïnterviewde vrouwen ervaren eenzaamheid en hebben geen sociaal netwerk om op terug te vallen. De sterkste behoefte van de vrouwen zit dan ook in sociale steun van hun partner, familie en vrienden wanneer zij problemen ervaren. Tot slot is hun financiële situatie een bron van stress voor bijna alle geïnterviewde vrouwen.

Moeders in een kwetsbare situatie aan het woord over een gebrek aan kennis en steun:

Mijn buik doet pijn... Wat is er aan de hand? Dan ik zeg, mag ik paracetamol? Ik ben bij mijn man. Hij: wil jij? Oké. Hij geeft aan mij. De pijn komt en nog komt. Misschien ik bevallen? Ik weet niet. Ik begrijp niet.

Ik soms denk aan mijn ouders. Ik heb geen ouders hier. Waarom ben ik hier alleen?

Een ander probleem ligt in de aansluiting van de zorg rondom de zwangerschap en geboorte bij de behoeften van de geïnterviewde moeders. Zij voelen zich bijvoorbeeld negatief bestempeld, omdat zij in een ‘achterstandswijk’ wonen of door hun culturele achtergrond. Een ander voorbeeld is dat ze onvoldoende aandacht ervaren voor hen als moeder; er was alleen aandacht voor de baby. Of zij zijn de Nederlandse taal niet (voldoende) machtig en dat staat goed contact met de zorgverlener in de weg.

Moeder in een kwetsbare situatie aan het woord over de zorg:

Ik heb daar wel eens gedacht. Als ik elke keer bij dezelfde was geweest of meerdere keren bij dezelfde was geweest. Dan had zij misschien wel gezien dat het niet goed met mij ging. Maar in zo'n tien minuten dat je daar zit, hoef je alleen over de baby te praten en te zeggen hoe gelukkig ik ben. Terwijl dat misschien niet zo is, maar dat kan ik dan lekker zeggen.

 

Interviews met professionals

21 zorgprofessionals zijn in 2019 geïnterviewd over de eerste 1000 dagen van het kind. Deze interviews zijn onder andere gehouden met verloskundigen, huisartsen, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, maatschappelijk medewerkers, beleidsmedewerkers, adviseurs en een klinisch psycholoog

 

Wanneer de 21 zorgprofessionals wordt gevraagd waar een kansrijke start om draait, noemen zij het vaakst samenwerking en goed georganiseerde zorg rondom ouders en kinderen in een kwetsbare situatie. Daarnaast gaat het volgens hen om de relatie tussen ouders en hulpverleners. Een passende houding en benadering door de hulpverlener helpt bijvoorbeeld bij het krijgen van vertrouwen van de ouder. De geïnterviewde professionals vinden dat een kansrijke start ook gaat om het aanspreken en opbouwen van het sociale netwerk van ouders. Het is belangrijk dat iemand uit de buurt naar gezinnen in een kwetsbare situatie omkijkt zodat zij steun krijgen bij problemen die ze ervaren.

Professionals aan het woord over een kansrijke start:

[...een belangrijk thema is...] Isolement, eenzaamheid. Netwerk in de buurt is belangrijk, iemand die naar je omkijkt je even kan helpen als dat nodig is.

Cliënt dient centraal te staan, vraaggericht, regie bij hen. Er zit vaak heel veel wantrouwen richting hulpverlening, hulp zou niet te veel uit moeten gaan van aannames. Door transparant te werken en met de cliënt te praten is de cliënt betrokken.

[...Een gezonde start voor kinderen is...] Ouders kunnen zelfstandig het ouderschap oppakken, goede hechting, veilig. Dit in combinatie met het netwerk van het gezin. Verbinding medisch en sociaal domein is daarbij belangrijk.

Tot slot denken de geïnterviewde professionals aan het belang van een kansrijke start voor kinderen in gezinnen met multiproblematiek. In deze gezinnen in een kwetsbare situatie zijn er problemen op meerdere gebieden, zoals psychische problematiek, schulden en armoede, een (verstandelijke) beperking, ongezonde leefstijl, gebrek aan goede woonomstandigheden en laaggeletterdheid.

 

De invloed van corona op een kansrijke start voor gezinnen in een kwetsbare situatie

Landelijk onderzoek laat zien dat in coronatijd voor veel gezinnen die al in een kwetsbare situatie zaten de stress is toegenomen. Bijvoorbeeld omdat ze zich zorgen maken over ziek worden door corona en de gezondheid van de baby. Daarmee is de invloed van stress als risicofactor voor een goede ontwikkeling van het kind in kwetsbare gezinnen groter geworden. Het coronavirus en de genomen maatregelen hebben ook een negatieve impact op beschermende factoren. Zo is het aantal sociale contacten in coronatijd sterk verminderd waardoor er ook minder sociale steun voor gezinnen beschikbaar is. Deze sociale steun is met name belangrijk voor ouders met jonge kinderen, eenoudergezinnen en kinderen met speciale behoeften.

 

Opgroeien in armoede

In 2019 groeide een op de negen kinderen in Utrecht in de leeftijd van 0 tot 6 jaar op in een huishouden dat leeft van een inkomen op of onder de Utrechtse armoedegrens (125% van het Wettelijk Sociaal Minimum). In Overvecht geldt dit voor 36% van de kinderen en in Zuidwest voor 20% van de kinderen. 8% van de 0- tot 6-jarigen groeide op in een gezin dat moet rondkomen van een inkomen net boven bijstandsniveau (105% van het Wettelijk Sociaal Minimum). Door de coronapandemie en de gevolgen hiervan, wordt in de toekomst een toename van armoede en schulden verwacht.

Percentage 0-6 jarigen dat opgroeit in een gezin met inkomen tot 105% of 125% van het WSM

Infogram URL