Image
Baby

Eerste 1000 dagen van kinderen

Inleiding

De eerste 1.000 dagen zijn cruciaal voor de gezondheid en het welzijn van kinderen tijdens die eerste periode, maar ook gedurende de rest van het leven. Dan wordt de basis gelegd voor de lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling. Deze ‘1000 dagen’ starten voor de conceptie en lopen tot de tweede verjaardag van een kind.

Het dashboard ‘Eerste 1000 dagen van kinderen’ laat met figuren zien hoe het gaat met de gezondheid van Utrechtse kinderen en hun gezinnen in deze periode. Het is ook mogelijk om wijkcijfers te bekijken. Deze dashboards geven Utrechtse professionals en andere geïnteresseerden aanknopingspunten op welke thema’s en in welke wijken inzet nodig is. Het dashboard is gebaseerd op de meest actueel beschikbare gegevens van de Jeugdgezondheidszorg Utrecht, Perined, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Basisregistratie Persoonsgegevens en de bevolkingsprognose gemeente Utrecht.

Conclusie

Na een daling van het aantal jonge kinderen, gaat het aantal geboortes naar verwachting licht stijgen

Het aantal 0 t/m 2-jarigen in Utrecht is de afgelopen 10 jaar gedaald van ongeveer 14.200 naar bijna 12.500 jonge kinderen. Net als landelijk gaat het aantal jonge kinderen (0 t/m 3 jaar) in Utrecht naar verwachting toenemen. Volgens de prognose gaat het aantal geboortes vanaf 2024 licht stijgen en ligt het aantal geboortes naar verwachting in 2028 boven de 5.000 en in 2037 boven de 6.000. In Leidsche Rijn wonen de meeste 0 t/m 2-jarigen.

10% van de zwangere vrouwen heeft psychische problemen

Een op de tien Utrechtse zwangere vrouwen heeft in 2020 psychische of psychiatrische problemen. Tussen 2015 en 2018 steeg het percentage Utrechtse zwangere vrouwen met psychische problemen van 7,6% naar 10,0%; in 2019 en 2020 is het stabiel rond 10%. Landelijk, in Amsterdam en Rotterdam was er ook een stijging tussen 2015 en 2018/2019 van het percentage zwangere vrouwen met psychische problemen.

Tijdens corona daling van zwangerschapsbegeleiding voor de 10e week van de zwangerschap

Tussen 2019 en 2020 start zwangerschapsbegeleiding minder vaak voor de 10e week van de zwangerschap (77,8% naar 74,8%). In 2021 daalt dit niet verder.

Om zoveel mogelijk kinderen een kansrijke start te bieden is het belangrijk dat aanstaande ouders voor de tiende week van de zwangerschap met zwangerschapsbegeleiding starten. Later starten hiermee geeft meer risico op negatieve geboorte-uitkomsten.

Percentage kinderen dat te vroeg of met te laag geboortegewicht wordt geboren is stabiel

Het percentage kinderen dat te vroeg of met een te laag geboortegewicht wordt geboren is in Utrecht de afgelopen jaren stabiel rond 15%. Dat is lager dan in de andere grote steden en vergelijkbaar met Nederland gemiddeld.

Vroeggeboorte (voor 37 weken zwangerschap) en een te laag geboortegewicht (onder geboortegewicht percentiel 10) hebben een belangrijke invloed op een kansrijke start van kinderen. Kinderen die te vroeg worden geboren, hebben vaker een mentale of motorische achterstand en lichamelijke problemen. Baby's met een laag geboortegewicht hebben een grotere kans op bijvoorbeeld diabetes, te hoog cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten en poreuze botten.

Moeders stoppen relatief vaak met volledige borstvoeding in de drie maanden na de geboorte

Zeven op de tien Utrechtse kinderen krijgen na hun geboorte volledig borstvoeding. Als zij drie maanden zijn, krijgen nog vier op de tien kinderen volledig borstvoeding. 12% van de kinderen krijgt na de geboorte volledig kunstvoeding, na drie maanden geldt dit voor 40% van de kinderen.

Borstvoeding stimuleert de moeder-kind relatie en de gezondheid en ontwikkeling van het kind. Kinderen die borstvoeding hebben gekregen, hebben bijvoorbeeld minder vaak allergieën, infecties, overgewicht en diabetes. De World Health Organization raadt aan kinderen tot 6 maanden exclusief borstvoeding te geven. Uit onderzoek van het NCJ blijkt dat veel vrouwen eerder stoppen met borstvoeding dan ze hadden gehoopt. Verloskundigen, kraamzorg, jeugdgezondheidszorg of lactatiekundigen kunnen ouders ondersteunen bij borstvoeding.

Bij kinderen van wie de ouders migrant zijn, wordt vaker in huis gerookt

Bij 5% van de 0 t/m 2-jarigen wordt in huis gerookt. Dit is vaker het geval als hun ouders migrant zijn, dan geldt dit voor 8% van de kinderen. Vooral in de wijken Overvecht (13%), Zuidwest (8%) en Zuid (8%) wordt vaker in huis gerookt.

Kinderen uit Overvecht en Zuidwest hebben een minder kansrijke start

Kinderen uit Overvecht en Zuidwest worden vaker te vroeg geboren en/of met een te laag geboortegewicht. Zij hebben ook relatief een grotere kans om rond de geboorte te overlijden (10,4 per 1000 geboorten in Zuidwest en 8,7 per 1000 in Overvecht) en groeien vaker op in armoede.

Kinderen van ouders met basisonderwijs of vmbo staan het meest op achterstand

Bij kinderen van 0 t/m 2 jaar zijn al duidelijke gezondheidsverschillen zichtbaar naar opleiding van hun ouders. Kinderen van ouders met basisonderwijs of vmbo hebben de grootste gezondheidsachterstand. Hun moeders hebben vaker gerookt tijdens de zwangerschap, ze worden vaker met extra aandacht gevolgd door de JGZ vanwege risicofactoren voor hun ontwikkeling en ze hebben vaker overgewicht. Kinderen van ouders met een havo, vwo of mbo-opleiding staan ook op achterstand in vergelijking met kinderen van ouders met een hbo- of wo-opleiding, maar in mindere mate.

De JGZ volgt meer kinderen met extra aandacht vanwege risicofactoren voor hun ontwikkeling

Tussen 2017 en 2020 is het percentage kinderen dat met extra aandacht wordt gevolgd door de JGZ gestegen. Dit geldt ongeacht de opleiding van de ouders van deze kinderen. Tussen 2020 en 2022 is het percentage kinderen van ouders met basisonderwijs of vmbo dat met extra aandacht wordt gevolgd afgenomen. Voor kinderen van ouders met hbo- of wo-opleiding stijgt het percentage dat met extra aandacht wordt gevolgd in deze periode door. We gaan via gesprekken met professionals duiden hoe dit verklaard kan worden.

De JGZ volgt de ontwikkelingen van kinderen. In gesprek met de ouders kijkt de JGZ of er bij het kind, ouder of het gezin risicofactoren zijn die ervoor kunnen zorgen dat kinderen zich minder goed kunnen ontwikkelen. Risicofactoren kunnen voorkomen in de sociale omgeving, in de ontwikkeling, en het kan gaan om gezondheidsproblemen bij gezinsleden of risicofactoren rond de zwangerschap en bevalling. De JGZ volgt kinderen met extra aandacht als ouders mogelijk ondersteuning nodig hebben om met risicofactoren om te gaan.

Zes op de tien kinderen die een risico lopen in hun ontwikkeling hebben ouders met een hbo of wo-opleiding

Ondanks dat kinderen van ouders met een hbo/wo-opleiding een lagere kans hebben om met extra aandacht gevolgd te worden, hebben ruim zes op de tien 0 t/m 2-jarigen die door de JGZ met extra aandacht wordt gevolgd ouders met een hbo/wo-opleiding. Dit komt doordat in Utrecht 79% van de ouders deze opleidingsrichting heeft gevolgd. De stapeling van risicofactoren is bij kinderen van deze ouders vaak wel minder complex dan bij ouders met een andere opleiding, omdat deze zich vaak beperken tot één domein (JGZ, 2021).

Gezondheidsverschillen nemen toe naarmate kinderen ouder worden

Belangrijk aandachtspunt is dat gezondheidsverschillen toenemen naarmate kinderen ouder worden. We zien op 2-jarige leeftijd al verschillen in overgewicht naar opleiding van ouders en deze worden groter naarmate kinderen ouder worden. Dit onderstreept het belang van investeren in de eerste 1.000 dagen van kinderen.

Aanbevelingen

De eerste 1.000 dagen zijn cruciaal voor de gezondheid en het welzijn van kinderen tijdens die eerste periode, maar ook gedurende de rest van het leven. Preventie van problemen is daarom heel belangrijk. Op basis van de conclusie, zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd voor Utrechtse professionals:

  1. Sorteer voor op de toenemende capaciteitsbehoefte voor de zorg aan zwangere vrouwen en 0 t/m 2-jarigen aangezien deze populatie gaat toenemen.
  2. Verken wat er nodig is om (nog) meer te ondersteunen bij het geven van borstvoeding in de eerste drie maanden na de geboorte aangezien het percentage kinderen dat uitsluitend borstvoeding krijgt in die periode sterk daalt.
  3. Blijf extra investeren in (aankomende) gezinnen met jonge kinderen uit Overvecht en Zuidwest en (aankomende) gezinnen met jonge kinderen van ouders met een opleiding t/m vmbo-niveau omdat kinderen in deze gezinnen duidelijk minder kans hebben op een goede start.
  4. Focus op het terugdringen van roken bij (aanstaande) ouders die migrant zijn en van gezinnen in Overvecht, Zuidwest en Zuid.
  5. Investeer in gezond gewicht in de eerste 1.000 dagen van kinderen, want op 2- en 3-jarige leeftijd zijn er al verschillen in overgewicht naar opleidingsrichting van ouders en deze verschillen worden groter in de basisschoolleeftijd.