Image
Telefoongebruik

Digitale media

Samenvatting

Kinderen

  • Twee op de vijf Utrechtse kinderen kijkt meer dan twee uur per dag naar een beeldscherm
  • 6% van de kinderen loopt risico op problematisch gamegedrag
  • Kinderen zijn in 2021 vaker digitaal gepest dan in 2019

Jongeren

  • Een op de twaalf jongeren heeft het eigen gebruik van sociale media niet goed onder controle
  • Een kwart van de Utrechtse jongeren speelt (bijna) elke dag games
  • Jongeren geven vaker aan dat ze digitaal gepest worden

Volwassenen

  • Zorgen over ervaren druk door sociale media en prestatiedruk bij (jong)volwassenen
  • 4% van de jongvolwassen mannen heeft gebrek aan controle op zijn gamegedrag
  • 3% van de jongvolwassenen heeft minder controle op sociale mediagebruik
  • Volwassenen tussen de 23 en 25 jaar gamen vaker dan jongere volwassenen
Wat houdt het in?

Toegang tot digitale media kan positief zijn voor welzijn

Bijna iedereen heeft via internet toegang tot digitale media. De meeste mensen maken dagelijks gebruik van internet om bijvoorbeeld te mailen, gebruik te maken van sociale media, informatie te zoeken of bankzaken te regelen. De tijd die mensen op digitale media besteden neemt toe, omdat men met een smartphone bijna altijd toegang heeft tot internet.

Digitale media kunnen het welzijn van de gebruikers bevorderen. Het is bijvoorbeeld makkelijker om contacten te onderhouden met vrienden en bekenden. Gezondheidsadviezen en informatie over gezondheid en zorg zijn voor iedereen toegankelijk. Apps waarmee je prestaties kunt bijhouden, stimuleren sporten en bewegen.

Overmatig gebruik van digitale media kan gezondheidsklachten geven

Te veel gebruik van digitale media kan leiden tot rug- en nekklachten, slaapproblemen, minder goed zien en toename van het gewicht. Problematisch gebruik van digitale media hangt samen met angst- en depressieklachten, minder goede sociale vaardigheden en een klein offline sociaal netwerk. Bij sommige vormen van digitale media is het risico op problematisch gebruik groter. Voorbeelden zijn sociale media, online games, online gokken en het bezoeken van dating- of pornosites.

Cijfers over kinderen

Utrechtse kinderen kijken steeds vaker lang naar een beeldscherm

In het najaar van 2021 keek 38% van de kinderen uit groep zeven en acht van het basisonderwijs in Utrecht in hun vrije tijd meer dan twee uur per dag naar een beeldscherm.  In 2019 was dit 32% en in 2015 nog 25%. Kinderen uit eenoudergezinnen en die opgroeien met co-ouders besteden hun vrije tijd vaker achter een beeldscherm. Dit geldt ook voor kinderen uit gezinnen met een lage welvaart, kinderen uit Kanaleneiland en kinderen uit Leidsche Rijn.

Image
54% van de kinderen uit eenoudergezinnen kijkt meer dan twee uur per dag naar een beeldscherm in hun vrije tijd.

6% van de kinderen loopt risico op problematisch gamegedrag

6% van de 10- t/m 12-jarigen heeft een verhoogd risico op problematisch gamegedrag. 4% heeft een verhoogd risico op problematisch gebruik van sociale media. De groepen die veel achter een beeldscherm zitten, zijn ook de groepen met een verhoogd risico op problematisch gamegedrag. Ook jongens hebben vaker een verhoogd risico op problematisch gamegedrag. Een verhoogd risico op problematisch gebruik van sociale media komt vaker voor bij kinderen uit een gezin met een lage welvaart. Het percentage kinderen met risico op problematisch gamegedrag of problematisch gebruik van sociale media blijft sinds 2015 ongeveer gelijk, ondanks dat kinderen steeds meer tijd achter een beeldscherm doorbrengen.

Hoe wordt risico op problematisch social mediagebruik of gamegedrag gemeten?

Risico op problematisch gamegedrag wordt gemeten met zeven vragen, zoals 'Hoe vaak vind je het moeilijk om met gamen te stoppen?', 'Hoe vaak ga je liever gamen dan dat je in het echt tijd met anderen doorbrengt?' en 'Hoe vaak ga je gamen omdat je je rot voelt?'. Wanneer deze vragen vooral met ‘soms’ of ‘(heel) vaak’ worden beantwoord, is vermoedelijk sprake van gebrek aan controle op het eigen gamegedrag en is er risico op problematisch gamegedrag. Risico op problematisch gebruik van sociale media wordt op dezelfde manier gemeten, waarbij de zeven vragen gaan over gebruik van sociale media.

Kinderen zijn in 2021 vaker digitaal gepest dan in 2019

In het najaar van 2021 is 9% van de kinderen in de laatste drie maanden gepest op internet of sociale media. Dit is hoger dan in 2019 toen 5% gepest werd op internet of sociale media. 15% van de kinderen uit gezinnen met een lage welvaart en 15% van de kinderen die wonen in een eenoudergezin zijn in de laatste drie maanden digitaal gepest. Dit is vaker dan gemiddeld in Utrecht.

Kinderen die wonen in een eenoudergezin hebben de laatste drie maanden ook vaker een vervelende ervaring gehad via internet of sociale media. Iemand viel hen bijvoorbeeld lastig of verspreidde vervelende foto’s of filmpjes van hen. 19% van de kinderen uit een eenoudergezin heeft dit meegemaakt. Gemiddeld is dit 11% in Utrecht. In 2021 hadden meer kinderen een vervelende digitale ervaring dan in 2019, toen dit 8% van de kinderen overkwam.

Kinderen uit Leidsche Rijn hebben vaker een vervelende ervaring gehad via internet of sociale media

Image
16% van de kinderen uit Leidsche Rijn hebben de laatste drie maanden een vervelende ervaring gehad via internet of sociale media.

Jeugdmonitor Utrecht in coronatijd

De Jeugdmonitor is in Utrecht uitgevoerd van oktober tot en met begin december 2021 onder kinderen van groep zeven en acht van het basisonderwijs. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames in Nederland steeg sterk in de loop van oktober. Op het moment van dataverzameling golden daardoor verschillende coronamaatregelen, die in november en december steeds verder werden aangescherpt. Nederland stevende weer af op een lockdown. Dit alles heeft de resultaten van de Jeugdmonitor beïnvloed. Op de pagina over het coronavirus staat een overzicht van de maatregelen die tijdens dit onderzoek golden.

Cijfers over jongeren

Een op de twaalf jongeren heeft het eigen gebruik van sociale media niet goed onder controle

8% van de jongeren uit klas twee en vier van het voortgezet onderwijs in Utrecht heeft een verhoogd risico op problematisch gebruik van sociale media. Dit komt vaker voor bij meisjes. Jongens hebben juist vaker een risico op problematisch gamegedrag. Het percentage jongeren in Utrecht met een verhoogd risico op problematisch gamegedrag of problematisch gebruik van sociale media is even hoog als in Nederland gemiddeld.

Image
12% van de meisjes heeft gebruik van sociale media niet goed onder controle. 3% van de jongens heeft eigen gamegedrag niet goed onder controle.

Een kwart van de Utrechtse jongeren speelt (bijna) elke dag games

25% van de jongeren uit klas twee en vier van het voortgezet onderwijs geeft aan (bijna) elke dag te gamen. Jongens gamen vaker elke dag dan meisjes. Van de jongens gamet 39% (bijna) dagelijks. Bij meisjes is dit 11%. Tweedeklassers gamen vaker (bijna) elke dag dan vierdeklassers. Jongeren met een Marokkaanse of Turkse migratieachtergrond gamen minder vaak elke dag.

Infogram URL

 

Jongeren geven vaker aan dat ze digitaal gepest worden

In 2021 is 7% van de jongeren uit klas twee en vier in de laatste drie maanden gepest via het internet. In 2019 was 5% van de jongeren in de laatste drie maanden digitaal gepest. Bij 3% gebeurde dit in 2021 meerdere keren per maand. Zij zijn uitgescholden of bedreigd op sociale media of online zijn gemene roddels, vervelende foto’s of filmpjes van hen verspreid. Jongeren uit klas twee worden vaker digitaal gepest, namelijk 9%. In klas vier is dit 6%. Dit geldt ook voor jongeren die wonen in Noordoost. Hier werd 11% van de jongeren digitaal gepest in de laatste drie maanden. 3% van de jongeren heeft zelf wel eens een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf verstuurd in het afgelopen halfjaar. Jongeren in Utrecht worden even vaak digitaal gepest als gemiddeld in Nederland. Ook versturen zij even vaak wel een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf.
 

Hoe wordt risico op problematisch social mediagebruik of gamegedrag gemeten?

Risico op problematisch gamegedrag wordt gemeten met zeven vragen, zoals 'Hoe vaak vind je het moeilijk om met gamen te stoppen?', 'Hoe vaak ga je liever gamen dan dat je in het echt tijd met anderen doorbrengt?' en 'Hoe vaak ga je gamen omdat je je rot voelt?'. Wanneer deze vragen vooral met ‘soms’ of ‘(heel) vaak’ worden beantwoord, is vermoedelijk sprake van gebrek aan controle op het eigen gamegedrag en is er risico op problematisch gamegedrag. Risico op problematisch gebruik van sociale media wordt op dezelfde manier gemeten, waarbij de zeven vragen gaan over gebruik van sociale media.

Gezondheidsmonitor Jeugd in coronatijd

De landelijke corona Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd van oktober tot en met december 2021 onder jongeren van klas twee en vier van het voortgezet onderwijs. De meeste leerlingen in Utrecht vulden de vragenlijst in oktober in. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames in Nederland steeg sterk in de loop van oktober. Op het moment van dataverzameling golden daardoor verschillende coronamaatregelen, die in november en december steeds verder werden aangescherpt. Nederland stevende weer af op een lockdown. Dit alles heeft invloed gehad op de resultaten van de Gezondheidsmonitor. Op de pagina over het coronavirus staat een overzicht van de maatregelen die tijdens dit onderzoek golden.

Cijfers over volwassenen

Zorgen over ervaren druk door sociale media en prestatiedruk bij (jong)volwassenen

Professionals, beleidsadviseurs en onderzoekers uiten in duidingsgesprekken hun zorgen over met name jongeren, jongvolwassenen en jonge ouders die veel (prestatie)druk voelen, zeker gevoed door sociale media. Met name deze groepen willen altijd bereikbaar zijn en spiegelen zich aan de schijnbaar perfecte levens van anderen. Ook een gebrek aan onverdeelde aandacht vanwege een smartphone die afleidt, noemt men als punt van aandacht. Jongvolwassenen moeten het ook goed doen op school/studie, hebben bijbaantjes en onderhouden een druk sociaal leven. Jonge ouders voelen de druk van carrière maken, kinderen opvoeden en sociale contacten onderhouden. Deze druk wordt in de duidingsgesprekken gelinkt aan psychische problemen en burn-out. De prestatiedruk, de druk vanuit sociale media en de samenhang met psychische gezondheid, komen ook naar voren in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (2018).

Uit duidingsgesprekken met professionals

De invloed van facebook en social media speelt, daar post je alleen dat het goed gaat. Het streefniveau is hoog; het moet goed gaan.

Ze moeten meer ballen in de lucht houden; en een leuke vrouw zijn, en goed je werk doen en goed je kinderen opvoeden en ook nog jezelf verzorgen.

4% van de jongvolwassen mannen heeft gebrek aan controle op zijn gamegedrag

Bij 4% van de jonge mannen in Utrecht (18-25) is er een vermoeden van gebrek aan controle op het eigen gamegedrag. Bij vrouwen komt dit minder vaak voor. 79% van de jongvolwassen mannen speelt games, dit is 37% bij de vrouwen.

3% van de jongvolwassenen heeft minder controle op sociale mediagebruik

Bij 3% van de jongvolwassenen in Utrecht is een vermoeden van een gebrek aan controle op het gebruik van sociale media. Bijna alle jongvolwassen Utrechters gebruiken sociale media.

Percentage jongvolwassenen dat vermoedelijk een gebrek aan controle heeft over eigen gamegedrag en sociale mediagebruik:

Image
mannen hebben vermoedelijk vaker gebrek aan controle over eigen gamegedrag en sociale mediagebruik.

Hoe wordt gebrek aan controle gemeten?

Gebrek aan controle op het eigen sociale mediagebruik wordt gemeten met zes vragen, zoals 'Hoe vaak vind je het moeilijk om met sociale media te stoppen?', 'Hoe vaak gebruik je liever sociale media dan dat je in het echt tijd met anderen doorbrengt?' en 'Hoe vaak gebruik je sociale media omdat je je rot voelt?'. Wanneer deze vragen vooral met ‘soms’ of ‘(heel) vaak’ worden beantwoord, is sprake van gebrek aan controle op het eigen social mediagebruik. Gebrek aan controle op het eigen gamegedrag wordt op dezelfde manier gemeten, waarbij de zes vragen gaan over gamen.

Volwassenen tussen de 23 en 25 jaar gamen vaker dan jongere volwassenen

Ruim drie op de vijf jongvolwassenen tussen de 23 en 25 jaar speelt wel eens games. Dit is vaker dan de jongere volwassenen van 21 en 22 jaar, waarvan 47% aangeeft wel eens te gamen. Gemiddeld speelt 55% van de jongvolwassenen in Utrecht games.

Image
61% van de 23- tot 25-jarigen speelt wel eens games.