Image
Moeite met rondkomen

Armoede en rondkomen

Samenvatting

Kinderen

  • 8.000 kinderen en jongeren groeien op in een gezin met een inkomen onder de Utrechtse armoedegrens
  • 4.100 kinderen leven in een huishouden dat moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau
  • Kinderen uit een eenoudergezin leven vaker dan gemiddeld in armoede
  • Kinderen die wonen in Overvecht leefden in 2020 het vaakst in een gezin met inkomen tot de Utrechtse armoedegrens (125% WSM)
  • Kinderen in een gezin met lage welvaart hebben vaker een minder goede gezondheid en leefstijl
  • Kinderen in een gezin met lage welvaart hebben minder vaak een goed ervaren gezondheid

Jongeren

  • 12% van de jongeren woont in een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens
  • 3% van de Utrechtse jongeren ervaart moeite met rondkomen in het gezin
  • Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, voelen zich vaker gestrest
  • Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, hebben vaker een ongunstige gezondheid

Jongvolwassenen

  • De helft van de jongvolwassenen met een havo- of hbo-opleiding maakt zich vaak zorgen over geld
  • Een op de vijf jongvolwassenen voelt zich vaak gestrest door financiën
  • 27% van de jongvolwassenen heeft vaak te weinig geld
  • Een kwart van de jongvolwassenen ervaart weinig controle over geldzaken
  • 14% van de mbo-studenten in Utrecht heeft geldzorgen

Volwassenen: financiële situatie

  • 23.000 huishoudens leven van een inkomen onder de Utrechtse armoedegrens
  • 8% van de volwassenen heeft veel stress vanwege geldzaken
  • Moeite met rondkomen komt vaker voor bij eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens
  • In de wijk Overvecht wonen relatief veel mensen die moeite hebben met rondkomen

Volwassenen: samenhang moeite met rondkomen en gezondheid

  • Volwassenen die moeite hebben met rondkomen hebben vaker gezondheidsproblemen
  • Volwassen die moeilijk kunnen rondkomen ervaren ruim drie keer vaker onvoldoende regie over hun leven
  • Volwassenen die moeite hebben met rondkomen hebben vaker een slechtere gezondheid en woonomgeving vergeleken met volwassenen die geen moeite hebben met rondkomen
  • Utrechters die moeilijk kunnen rondkomen hebben vaker een minder gezonde leefstijl

Ouderen die moeite hebben met rondkomen

  • Meer dan een kwart van de ouderen heeft een laag inkomen
  • 11% van de Utrechtse ouderen heeft moeite met rondkomen
  • 65-plussers met een lager opleidingsniveau hebben vaker moeite met rondkomen
  • Drie op de tien ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben moeite met rondkomen

Ouderen: samenhang moeite met rondkomen en gezondheid

  • Ouderen die moeite hebben met rondkomen hebben vaker gezondheidsproblemen
  • Ouderen die moeilijk kunnen rondkomen hebben vaker een minder gezonde leefstijl 
  • Ouderen die moeite hebben met rondkomen hebben ruim anderhalf keer vaker een slecht ervaren gezondheid
Wat houdt het in?

Armoede en gezondheid beïnvloeden elkaar

Armoede en gezondheid beïnvloeden elkaar op verschillende manieren. Sommige mensen kunnen door gezondheidsproblemen minder werken, waardoor ze leven van een laag inkomen of van een uitkering. Tegelijkertijd kunnen financiële problemen zoals schulden of moeite hebben met rondkomen tot psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen leiden. Het kan stress, slapeloosheid of depressies veroorzaken.

Wat verstaan we onder armoede?

In de Utrechtse armoedeaanpak is armoede gedefinieerd als het hebben van een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). Binnen deze groep kijken we ook naar een inkomen tot 101% van het WSM, dit komt overeen met bijstandsniveau. Armoede is breder dan dat en gaat ook over te weinig te besteden hebben om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Of over de kinderen niet kunnen bieden wat ze nodig hebben. Het hebben van een laag inkomen is een objectieve maat en wordt daarom gebruikt.
 

Wat is het wettelijk sociaal minimum?

Het wettelijk sociaal minimum (WSM) is het bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te leven. Hoe hoog dit bedrag is, stelt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vast. Afhankelijk van leeftijd en leefsituatie (bijvoorbeeld of iemand samenwoont), is het WSM lager of hoger.

 

Armoede gaat vaak van de ene generatie over op de volgende

Door meerdere factoren gaat armoede vaak van de ene generatie over op de volgende. Ouders dragen hun manier van omgaan met geldzaken (ook onbewust) aan hun kinderen over. Daarnaast gelden in armere stadswijken of families soms andere normen en waarden: doorleren of werken wordt niet gestimuleerd. Dat helpt niet om de armoede te ontgroeien.

Kinderen

8.000 kinderen en jongeren groeien op in een gezin met een inkomen onder de Utrechtse armoedegrens

In 2020 groeide 11,7% van de Utrechtse jeugd tot 18 jaar op in een huishouden met een inkomen tot de Utrechtse armoedegrens (125% WSM). Het aantal kinderen en jongeren dat leeft in armoede neemt licht af. Van de 6- t/m 11-jarigen groeit 12,6% op in een gezin met een inkomen onder de armoedegrens.

Infogram URL

 

4.100 kinderen leven in een huishouden dat moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau

5,9% van de Utrechtse jeugd groeide in 2020 op in een gezin dat moet rondkomen van een inkomen tot bijstandsniveau (101% WSM). Dit percentage neemt in de afgelopen jaren licht af. 2,5% van de jeugd groeit op in een huishouden dat vier jaar of langer leeft van een inkomen tot bijstandsniveau. Dit zijn 1.600 kinderen en jongeren. Tussen 2014 en 2017 steeg het percentage kinderen en jongeren dat opgroeit in een huishouden dat langdurig rondkomt op bijstandsniveau licht en bleef daarna gelijk.

Kinderen uit een eenoudergezin leven vaker dan gemiddeld in armoede

20,8% van de kinderen uit een eenoudergezin leeft in een gezin dat moet rondkomen van een inkomen tot bijstandsniveau. Onder kinderen die met twee ouders wonen is dat 3,5%. Kinderen waarvan de hoofdkostwinner een niet-westerse migratieachtergrond heeft en kinderen uit Overvecht, Zuidwest, Noordwest en Zuid leven ook vaker dan gemiddeld in armoede.

Kinderen die wonen in Overvecht leefden in 2020 het vaakst in een gezin met inkomen tot de Utrechtse armoedegrens (125% WSM)

Infogram URL

 

Kinderen in een gezin met lage welvaart hebben vaker een minder goede gezondheid en leefstijl

Uit een vragenlijst onder Utrechtse kinderen uit groep zeven en acht van de basisschool blijkt dat kinderen die leven in een gezin met een lage welvaart een minder goede gezondheid en minder kansen op een gezond leven hebben dan kinderen met een hogere gezinswelvaart. 73% van de kinderen uit een gezin met lage welvaart beweegt bijvoorbeeld voldoende. Onder kinderen uit een gezin met hoge welvaart is dat 89%. 23% van de kinderen met een lage gezinswelvaart maakt zich veel zorgen over de toekomst. Dit is 12% onder kinderen met een hoge gezinswelvaart. Lees meer over gezondheidsverschillen bij kinderen in de speciale uitgave

Kinderen in een gezin met lage welvaart hebben minder vaak een goed ervaren gezondheid

Image
83% van de kinderen met een lage gezinswelvaart heeft een goed ervaren gezondheid. Bij gemiddelde welvaart is dat 90% en bij hoge welvaart 92%
Jongeren

12% van de jongeren woont in een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens

In 2020 woonde 12% van de 12- tot en met 17-jarigen in Utrecht in een huishouden met een inkomen onder de Utrechtse armoedegrens (tot 125% van het WSM). Dit zijn ongeveer 2.500 jongeren. 7% woonde in een huishouden met een inkomen net iets boven bijstandsniveau (tot 105% van het WSM). 

3% van de Utrechtse jongeren ervaart moeite met rondkomen in het gezin

Van de jongeren uit klas twee en vier van het voortgezet onderwijs in Utrecht ervaart 3% moeite met rondkomen in het gezin. Moeite met rondkomen komt vaker voor bij jongeren uit een eenoudergezin en bij jongeren uit een andere gezinsvorm, zoals bij een eigen ouder en een stiefouder of bij pleegouders of grootouders. Ook komt het vaker voor bij jongeren met een Westerse migratieachtergrond. Hiervan ervaart 5% moeite met rondomen in het gezin.

Image
Jongeren uit een eenoudergezin en jongeren die in een andere gezinsvorm opgroeien, ervaren vaker moeite met rondkomen in het gezin.

Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, voelen zich vaker gestrest

Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, voelen zich vaker gestrest dan jongeren die geen moeite met rondkomen in het gezin ervaren. Stress door de situatie thuis komt meer dan vier keer zo vaak voor bij jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren. Stress door sociale media komt bijna vier keer zo vaak voor.

Image
Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, voelen zich vaker gestrest.

Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, hebben vaker een ongunstige gezondheid

Jongeren die aangeven dat ze moeite met rondkomen in het gezin ervaren, hebben ruim twee keer vaker een verhoogd risico op psychosociale problemen en ernstige eenzaamheid dan jongeren die geen moeite met rondkomen in het gezin ervaren. Daarnaast ervaren ze minder vaak een goede gezondheid, zijn ze minder vaak gelukkig thuis en hebben ze een minder gezonde leefstijl.

Image
Jongeren die moeite met rondkomen in het gezin ervaren, hebben vaker een ongunstige gezondheid.

 

Gezondheidsmonitor Jeugd in coronatijd

De landelijke corona Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd van oktober tot en met december 2021 onder jongeren van klas twee en vier van het voortgezet onderwijs. De meeste leerlingen in Utrecht vulden de vragenlijst in oktober in. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames in Nederland steeg sterk in de loop van oktober. Op het moment van dataverzameling golden daardoor verschillende coronamaatregelen, die in november en december steeds verder werden aangescherpt. Nederland stevende weer af op een lockdown. Dit alles heeft invloed gehad op de resultaten van de Gezondheidsmonitor. Op de coronapagina staat een overzicht van de maatregelen die tijdens dit onderzoek golden.

Jongvolwassenen

De helft van de jongvolwassenen met een havo- of hbo-opleiding maakt zich vaak zorgen over geld

In het voorjaar van 2021 gaf 51% van de 16- t/m 25-jarigen die een havo- of hbo-opleiding volgen of hebben afgerond aan dat ze zich vaak zorgen maken over geld. Dit percentage is hoger dan bij jongvolwassenen die een andere opleiding volgen. Van alle jongvolwassenen uit het jongvolwassenenonderzoek maakte 45% zich vaak zorgen over geld. 

Image
51% van de jongvolwassenen met havo of hbo maakt zich vaak zorgen over geld. Onder 16- tot 25-jarigen met vwo of universiteit is dat 42%.

 

Een op de vijf jongvolwassenen voelt zich vaak gestrest door financiën

20% van de jongvolwassenen voelt zich (zeer) vaak gestrest door financiën. Vrouwen en 22- t/m 25- jarigen geven dit vaker aan. Ook hebben jongvolwassenen met een migratieachtergrond, jongvolwassenen die niet bij hun ouders wonen en jongvolwassenen met praktijkonderwijs, vmbo of mbo vaker stress door financiën. Bijna drie op de tien van hen geven dit aan.

27% van de jongvolwassenen heeft vaak te weinig geld

Ruim een kwart van de jongvolwassenen in Utrecht geeft aan dat ze vaak te weinig geld hebben. Dit komt vaker voor bij jongvolwassenen met een migratieachtergrond en bij jongvolwassenen met praktijkonderwijs, vmbo, mbo, havo of hbo. Ongeveer één op de drie van hen geeft aan dat ze vaak te weinig geld hebben.

Een kwart van de jongvolwassenen ervaart weinig controle over geldzaken

26% van de jongvolwassenen voelt weinig controle over hun geldzaken. Onder 16- t/m 18-jarigen en onder jongvolwassenen die bij hun ouders of verzorgers wonen is dat lager, namelijk 16%. Ook jongvolwassenen die wonen in Vleuten-De Meern voelen minder vaak dan gemiddeld dat ze controle hebben over geldzaken.

Controle voelen over geldzaken per wijk

Image
11% van de jongvolwassenen uit Vleuten de Meern voelt weinig controle over geldzaken. In de andere wijken ligt dit tussen 21% en 33%.

 

Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen en mbo-onderzoek

De Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen is voor het eerst in Utrecht uitgevoerd van maart tot en met juni 2021. Jongvolwassenen van 16 tot en met 25 jaar zijn via sociale media en hun eigen netwerk benaderd om de vragenlijst in te vullen. Ongeveer 1.900 Utrechtse jongvolwassenen deden mee. Het onderzoek is uitgevoerd in coronatijd, tijdens en kort na de tweede lockdown.

Het mbo-onderzoek is uitgevoerd in het kader van het YOUth Got Talent - Dynamics of Youth project van de Universiteit Utrecht onder studenten van drie mbo-scholen in Utrecht: het Grafisch Lyceum, Nimeto en ROC Midden-Nederland. Ongeveer 1.200 mbo-studenten vulden in het najaar van 2019 de eerste vragenlijst in tijdens een lesuur op school. In het voorjaar van 2020 namen ruim 600 van deze studenten opnieuw deel aan het onderzoek. In het najaar van 2020 vulden studenten van het Grafisch Lyceum en Nimeto nog een keer vragenlijsten in. In totaal hebben 400 studenten op alle meetmomenten de vragenlijst ingevuld. De tweede meting van dit onderzoek is dus uitgevoerd tijdens de eerste lockdown en de derde meting tijdens de tweede lockdown. Het onderwijs vond in de periodes van de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen en het Mbo-onderzoek deels of zelfs volledig thuis plaats. Ook waren er tal van beperkingen voor het dagelijkse en sociale leven. Daarom kunnen de resultaten niet losgezien worden van de onderzoeksperiode.

Zie Coronavirus voor meer gezondheidsinformatie rondom corona.

 

14% van de mbo-studenten in Utrecht heeft geldzorgen

Op basis van zes stellingen blijkt dat 14% van de mbo-studenten in 2021 geldzorgen had. 16- t/m 17-jarigen en mbo-studenten die bij beide ouders wonen hebben minder vaak geldzorgen dan gemiddeld.

Image
10% van de mbo-studenten die bij beide ouders woont heeft geldzorgen. Dit is 24% in een eenoudergezin en 19% in een andere woonsituatie.

 

Hoe wordt geldzorgen gemeten?

Zorgen over geld werd in het mbo-onderzoek gemeten met de Money Worry Scale. Deelnemers beantwoordden zes stellingen, zoals ‘ik vraag me de hele tijd af of ik wel genoeg geld heb’, ‘ik maak me vaak zorgen over geld’ en ‘ik heb het gevoel dat ik weinig controle heb over mijn geldzaken’.  De antwoordcategorieën liepen van helemaal mee oneens tot helemaal mee eens. Respondenten die op alle stellingen samen gemiddeld ‘eens’ of hoger scoren, hebben volgens de Money Worry Scale geldzorgen.

Volwassenen: financiële situatie

23.000 huishoudens leven van een inkomen onder de Utrechtse armoedegrens

14,8% van de huishoudens in Utrecht had in 2020 een inkomen tot de Utrechtse armoedegrens (125% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). Over de jaren heen neemt het percentage huishoudens met inkomen tot de Utrechtse armoedegrens licht af. Het percentage Utrechters dat langdurig rond moet komen op bijstandsniveau neemt juist licht toe. Daarnaast heeft 6,3% van de Utrechters geregistreerde problematische schulden en geeft 5% van de Utrechters aan dat ze (zeer) slecht kunnen leven van hun inkomen. Meer informatie over armoede in Utrecht lees je in de armoedemonitor.

Infogram URL

 

8% van de volwassenen heeft veel stress vanwege geldzaken

8% van de 18- t/m 64-jarigen heeft in de vier weken voorafgaand aan de Gezondheidsmonitor in 2020 (heel) veel stress ervaren vanwege geldzaken. Dit is hoger onder Utrechters in een kwetsbare situatie. 17% van de Utrechters in een kwetsbare situatie geeft in een peiling van Meetellen in Utrecht in 2020 aan dat ze in de afgelopen vier weken (heel) veel stress hadden vanwege geldzaken. In interviews met panelleden gaf de helft aan stress te ervaren, waarvan een van de meest genoemde redenen tekort aan geld is.

Met die financiële onzekerheid omdat ik én geen uitkering heb én geen werk [...] ja dat kan af en toe wat stress opleveren

Moeite met rondkomen komt vaker voor bij eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens

24% van de alleenstaande ouders en 23% van de alleenwonenden heeft moeite met rondkomen. Gemiddeld in Utrecht geeft 17% van de volwassenen (18- t/m 64-jarigen) aan dat ze moeite met rondkomen hebben. Van de Utrechters die basisonderwijs of vmbo hebben afgerond heeft 36% moeite met rondkomen en van de inwoners met een mbo-, havo- of vwo-diploma 21%. Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond geven ook vaker aan dat ze moeite hebben met rondkomen. 

Image
Moeite hebben met rondkomen komt vaker voor onder Utrechters met een Turkse, Marokkaanse of overig niet-westerse migratieachtergrond

In de wijk Overvecht wonen relatief veel mensen die moeite hebben met rondkomen:

Image
In Overvecht heeft 27% van de volwassenen moeite met rondkomen.
Volwassenen: samenhang moeite met rondkomen en gezondheid

Volwassenen die moeite hebben met rondkomen hebben vaker gezondheidsproblemen

Volwassenen (18 t/m 64 jaar) die moeite hebben met rondkomen hebben twee tot drie keer vaker psychische problemen dan volwassenen die geen moeite hebben met rondkomen. Ook hebben zij vaker chronische lichamelijke aandoeningen en bezoeken zij vaker de huisarts, medisch specialist en het buurtteam. Volwassenen die moeite hebben met rondkomen gaan juist minder vaak naar de tandarts.

Volwassenen die moeite hebben met rondkomen (percentage in kleur) hebben vaker gezondheidsproblemen vergeleken met volwassenen die geen moeite hebben met rondkomen (percentage in zwart):

Image
Ernstige eenzaamheid komt 3 tot 4 keer zo vaak voor bij mensen die moeilijk kunnen rondkomen

Volwassen die moeilijk kunnen rondkomen ervaren ruim drie keer vaker onvoldoende regie over hun leven

Utrechters die moeite hebben met rondkomen ervaren veel vaker onvoldoende regie over hun eigen leven dan Utrechters die geen moeite met rondkomen hebben. Ze ervaren hun gezondheid ook bijna drie zo vaak als slecht en geven hun woning en woonomgeving vaker een onvoldoende.

Volwassenen die moeite hebben met rondkomen (percentage in kleur) hebben vaker een slechtere gezondheid en woonomgeving vergeleken met volwassenen die geen moeite hebben met rondkomen (percentage in zwart):

Image
Onvoldoende regie over eigen leven komt 3 tot 4 keer zo vaak voor mij mensen die moeilijk kunnen rondkomen

Utrechters die moeilijk kunnen rondkomen hebben vaker een minder gezonde leefstijl

Volwassenen die moeite hebben met rondkomen hebben minder vaak een gezonde leefstijl. Ze roken ongeveer twee keer vaker dan volwassenen die geen moeite hebben met rondkomen. Ook voldoen volwassenen die moeilijk kunnen rondkomen vaker niet aan de ontbijtnorm en eten ze vaker niet elke dag groente en fruit.

Infogram URL
Ouderen: financiële situatie

Meer dan een kwart van de ouderen heeft een laag inkomen

In 2020 leefden ruim 6.500 65-plus huishoudens in Utrecht van inkomen onder de Utrechtse armoedegrens (tot 125% van het WSM). Dat is 26% van het totaal aantal 65-plus huishoudens in de stad. 1.060 65-plus huishoudens hadden in 2021 geregistreerde problematische schulden. 

11% van de Utrechtse ouderen heeft moeite met rondkomen

In 2020 gaf 11% van de zelfstandig wonende Utrechtse 65-plussers aan dat zij in de afgelopen twaalf maanden moeite hadden met rondkomen. Dit is een afname in vergelijking met 2016. Toen gaf 18% van de ouderen aan moeite te hebben met rondkomen. De daling vond vooral plaats onder ouderen zonder opleiding, met basisonderwijs of met een lbo- of mavo-opleiding. 

Ouderen die moeite hebben met rondkomen

Infogram URL

 

65-plussers met een lager opleidingsniveau hebben vaker moeite met rondkomen

14% van de ouderen die geen opleiding, basisonderwijs, lbo of mavo hebben afgerond, geeft aan moeite met rondkomen te hebben. Dit is hoger dan gemiddeld onder de 65-plussers in Utrecht. Ook 65- t/m 79-jarigen hebben vaker moeite met rondkomen. 12% van hen heeft moeite met rondkomen, onder 80-plussers is dat 6%.

Drie op de tien ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben moeite met rondkomen

Ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker moeite met rondkomen dan gemiddeld. Ouderen zonder migratieachtergrond geven minder vaak aan moeite met rondkomen te hebben.

Image
1.	10% van de ouderen met een westerse migratieachtergrond en 30% van de ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond heeft moeite met rondkomen.
Ouderen: samenhang moeite met rondkomen en gezondheid

Ouderen die moeite hebben met rondkomen hebben vaker gezondheidsproblemen

65-plussers die moeite hebben met rondkomen hebben vaker psychische problemen dan ouderen die geen moeite hebben met rondkomen. Ouderen die moeite hebben met rondkomen geven bijvoorbeeld drie tot vier keer vaker aan dat ze een angststoornis of depressie hebben. Ook hebben zij vaker chronische lichamelijke aandoeningen dan 65-plussers die geen moeite hebben met rondkomen. 

Image
18% van de ouderen met moeite met rondkomen heeft een angststoornis en 28% een depressie. Bij 65+ zonder moeite met rondkomen is dat 5% en 8%

Ouderen die moeilijk kunnen rondkomen hebben vaker een minder gezonde leefstijl

Ouderen die moeite hebben met rondkomen hebben minder vaak een gezonde leefstijl. Ze voldoen bijvoorbeeld drie keer minder vaak aan de ontbijtnorm en eten minder vaak dagelijks fruit dan 65-plussers die geen moeite hebben met rondkomen.

Image
47% van de ouderen met moeite met rondkomen eet niet elke dag fruit. Onder ouderen zonder moeite met rondkomen is dat 35%

Ouderen die moeite hebben met rondkomen hebben ruim anderhalf keer vaker een slecht ervaren gezondheid

65-plussers die moeite hebben met rondkomen hebben vaker een slecht ervaren gezondheid dan ouderen die geen moeite hebben met rondkomen. Ook geven ze 2,5 keer vaker aan dat ze onvoldoende regie over hun eigen leven hebben. Daarnaast ervaren ze hun fysieke leefomgeving vaker als slechter dan ouderen die geen moeite hebben met rondkomen.

Image
63% van de ouderen met moeite met rondkomen heeft een matig tot slecht ervaren gezondheid. Onder ouderen zonder moeite met rondkomen is dat 36%